
Wet op de waterhuishouding
Artikel 31
1
Van een voornemen tot wijziging geeft de kwantiteitsbeheerder zo spoedig mogelijk kennis aan:
a
de houder van de vergunning;
b
de kwaliteitsbeheerder;
c
gedeputeerde staten;
d
de belanghebbende, voor zover niet genoemd onder a, b of c, die een verzoek tot wijziging heeft gedaan.
2
Behoudens in het geval, bedoeld in artikel 30, derde lid onder a, geeft de kwantiteitsbeheerder van een voornemen tot gehele of gedeeltelijke intrekking zo spoedig mogelijk kennis aan de houder van de vergunning.
3
De kennisgeving bevat de redenen waarop het voornemen tot wijziging dan wel gehele of gedeeltelijke intrekking is gegrond, en, indien het een voornemen tot wijziging betreft, de zakelijke inhoud van de wijziging.
4
Ten aanzien van de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk onderscheidenlijk ten aanzien van de overige oppervlaktewateren kunnen bij algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk bij provinciale verordening gevallen worden aangewezen, waarin afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op een voornemen als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.